Doel en Beleidsplan

De Stichting Gerard Noodt Foundation for Freedom of Religion or Belief (GNF) is een niet-partijgebonden beleidsrelevante academische denktank. Zij stelt zich ten doel bij te dragen aan de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, zowel door het verder ontwikkelen van instrumenten van internationaal recht als door het bevorderen van de internationale aandacht die een voorwaarde is voor de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. GNF verricht toegepast beleidsonderzoek naar vraagstukken die verband houden met de vrijheid van godsdienst of overtuiging als een van de beschermde vrijheden in het internationale mensenrechtenrecht. De aanpak van GNF is internationaal en raadgevend, en het streeft naar praktische relevantie. Deze academische denktank stelt haar bevindingen beschikbaar door middel van onderzoek en standpuntnota’s via het web en op haar evenementen.

GNF leden onderschrijven volledig de bestaande normen inzake vrijheid van godsdienst en overtuiging in de internationale mensenrechtenwetgeving, zoals die zijn ontwikkeld door de VN, de OVSE, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties – in zachte wetgeving of anderszins. Lidmaatschap geschiedt uitsluitend op persoonlijke titel en niet als vertegenwoordiger van andere organisaties, regeringen of gemeenschappen van godsdienst of overtuiging. Leden zijn niet gemachtigd om namens de GNF te spreken zonder de toestemming van het Stuurcomité. Leden moeten bereid en in staat zijn om papers van academische kwaliteit in te dienen of voor te bereiden, te presenteren en te publiceren op vergaderingen of in het algemeen actief te zijn in de groep.

Statuten

Artikel 1 – Naam en vesting locatie

1. De stichting draagt de naam: STICHTING GERARD NOODT FOUNDATION FOR FREEDOM OF RELIGION OR BELIEF.

2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Langenboom.

Artikel 2 – Doel         

1. De stichting heeft ten doel:  

  1. bij te dragen aan het verkondigen van het vrije woord;
  2. de verdediging van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van geloof of levensovertuiging enerzijds door de ontwikkeling van instrumenten van internationale wetgeving te steunen anderzijds door de internationale aandacht te vergemakkelijken die een eerste vereiste voor de bescherming van vrijheid van godsdienst of geloof is.
  3. en het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.             

2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het verzorgen van lezingen en publicaties het ondersteunen van andere organisaties met een soortgelijke doelstelling; fondsenwerving; het opzetten, ontwikkelen en begeleiden van projecten; het verstrekken van informatie; het ondersteunen van wetenschappelijk en/of historisch onderzoek; het verlenen van morele en materiële steun aan organisatie en (rechts-)personen in binnen- en buitenland die geheel zonder eigen belang werkzaam zijn op vorenstaand terrein.

Artikel 3 – Bestuur: samenstelling, wijze van benoemen           

1. Het bestuur van de stichting bestaat uit:         

                a.            één bestuurder indien de oprichter bestuurder is;          

                b.            drie bestuurders indien het sub a bepaalde niet van toepassing is.          

2. De bestuurders worden benoemd en geschorst door het bestuur. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. Ingeval het bestuur uit meer dan één bestuurder bestaat, kiest hij uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld.

3. Het bestuur is verplicht bij notariële akte opvolgende bestuurders te benoemen voor het geval geen bestuurders meer in functie zijn. Zolang niet-alle bestuurders zijn gedefungeerd kan deze benoeming bij notariële akte steeds gewijzigd worden. Een dergelijke bestuursbenoeming is, zolang de benoeming niet tot toetreding tot het bestuur heeft geleid, te allen tijde door-het bestuur herroepbaar, mits deze herroeping geschiedt bij een notariële akte waarbij alle bestuurders aanwezig of conform de statuten vertegenwoordigd zijn.         

Indien slechts één bestuurder aanwezig is kan deze benoeming of herroeping derhalve ook bij testament geschieden. 

4. De bestuurders worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster afgetreden bestuurder is onmiddellijk en onbeperkt herbenoembaar.-De in een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster—van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.

5. Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur behoudt het bestuur zijn bevoegdheden.  

6. De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.  

Artikel 4 – Bestuur: taak en bevoegdheden         

1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.         

2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen.           

3. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

4. Erfstellingen mogen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.  

Artikel 5 – Bestuur: vergaderingen

1. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden in Nederland op de plaats als bij de oproeping is bepaald.         

2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar wordt een vergadering van het bestuur (de jaarvergadering) gehouden, waar in elk geval aan de orde komt de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten. Daarnaast wordt elke maand een vergadering gehouden.            

3. Voorts worden vergaderingen gehouden, wanneer één van de bestuurders daartoe de oproeping doet.

4. De oproeping tot een vergadering geschiedt ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van een oproepingsbrief.          

5. Een oproepingsbrief vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.            

6. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Indien deze afwezig is voorzien de aanwezige bestuurders in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door de in leeftijd oudste aanwezige bestuurder.      

7. De secretaris notuleert de vergadering. Bij afwezigheid van de secretaris wordt de notulist aangewezen door degene die de vergadering leidt. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en notulist hebben gefungeerd. De notulen worden vervolgens bewaard door de secretaris.

8. Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de in functie zijnde bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd.         

Artikel 6 – Bestuur: besluitvorming          

1. Het bestuur kan in een vergadering alleen besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurder kan zich in een vergadering door een andere bestuurder laten vertegenwoordigen nadat een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht is afgegeven. Een bestuurder kan daarbij slechts voor één andere bestuurder als gevolmachtigde optreden.          

2. Is in een vergadering niet de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders worden besloten omtrent de onderwerpen welke op de eerste vergadering op de agenda waren geplaatst. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.  

3. Zolang in een vergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.

4. Het bestuur kan met algemene stemmen ook buiten vergadering besluiten nemen. Van een aldus genomen besluit wordt door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na mede-ondertekening door de voorzitter als notulen wordt bewaard.           

5. Iedere bestuurder heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

6. Alle stemmingen in een vergadering geschieden mondeling, tenzij één of meer bestuurders vóór de stemming een schriftelijke stemming verlangen. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.

7. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

8. In alle geschillen omtrent stemmingen beslist de voorzitter van de vergadering.         

Artikel 7 – Bestuur: defungeren     

Een bestuurder defungeert:      

  1. door zijn overlijden of indien de bestuurder een rechtspersoon is, door haar ontbinding of indien zij ophoudt te bestaan;
  2. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
  3. door zijn aftreden;
  4. door ontslag door de gezamenlijke overige bestuurders;
  5. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek.     

Artikel 8 – Vertegenwoordiging

1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.  

2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuurders.            

3. Tegen een handelen in strijd met artikel 4 leden 2 en 3 kan tegen derden beroep worden gedaan.

4. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuurders, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.          

Artikel 9 – Boekjaar en jaarstukken          

1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.  

2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.      

3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken, op papier te stellen en vast te stellen.

4. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.

5. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.        

Artikel 10 – Reglement        

1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven.

2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.     

3. Het bestuur is bevoegd het reglement te wijzigen of te beëindigen.  

4. Op de vaststelling, wijziging en beëindiging van het reglement is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepassing.         

Artikel 11 – Statutenwijziging        

1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging moet met algemene stemmen worden genomen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.         

2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Iedere bestuurder afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te doen verlijden.       

3. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.

Artikel 12 – Ontbinding en vereffening     

1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.

2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van overeenkomstige toepassing.

3. Indien het bestuur besluit tot ontbinding wordt tevens de bestemming van het liquidatiesaldo vastgesteld. In andere gevallen van ontbinding wordt de bestemming van het liquidatiesaldo door de vereffenaars vastgesteld. Het liquidatiesaldo moet in ieder geval worden uitgekeerd aan een aangewezen algemeen nut beogende instelling volgens de anbi-regeling.

4. Na ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders, tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen.

5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.

6. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

Artikel 13 – Slotbepalingen 

1. In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.      

2. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare communicatiekanalen overgebracht bericht, waarvan uit geschrift blijkt.

3. Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op éénendertig december tweeduizend twaalf.